|
|
|||||||||||
|
|||||||||||
Mijn 3e stopdag en de ontwenningsperiode bij het niet meer rokenMijn wil om niet meer te roken werd behoorlijk op de proef gesteld. Dat je prikkelbaar of chagrijnig kan zijn in je ontwenningsperiode, dat weten we. Maar dat je schrikt van jezelf om je veel te felle reactie en de platte woordkeuze… Een kwade blik, gefronste wenkbrauwen, een trillende lip en wijd uitstaande neusvleugels, was vroeger genoeg om mijn emotie te tonen. Hoe moest ik nu stoom afblazen, help. Mijn vriend, de sigaret! Waar was hij nou? Oh, ja, ik had hem de deur gewezen. Ik wilde toch bewijzen dat ik buiten hem kan! Maar de afspraak was dan wel dat alles vlekkeloos moest verlopen. In geen enkele stresssituaties belanden en vooral niet in een meningsverschil raken. Helaas loopt het niet zo in je leven. Toen ik nog rookte gebeurden er leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. In beide situaties pakte ik dan een sigaret. Het hielp om je emotie te vergroten of te verkleinen, dat dacht ik tenminste. Bijna had ik naar een sigaret gegrepen toen ik boos werd, maar ik heb het niet gedaan. In mezelf praatte ik het van me af om niet zo stom te zijn er een op te steken. Zelfs een korte marathon lopen van boven naar beneden, en dat 4 keer, hielp me om rustig te worden. Al 3 dagen liep ik te kreunen en te steunen. Dat zou dan allemaal voor niets zijn geweest? Wat was ik trots op mezelf dat ik niet naar die sigaret heb gegrepen. Ha, het bewijs was geleverd. Ik kan zonder hem. Het gevaar om toch een sigaret op te steken ligt constant op de loer. Ik moet alert blijven. Er kan zich altijd wel een situatie voordoen waarbij je een gewoontesigaret op wilt steken. Steeds afwegen. Mijn wil is toch dat ik nooit meer ga roken? Niet kiezen dus. Gewoon doorzetten en vechten tegen die mentale verslaving. |
|
||||||||||


