Minder rokende jongeren door rookverbod

Veertig procent minder jongeren zullen beginnen met roken door het rookverbod, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Ze experimenteren nog wel, maar maken er minder snel een gewoonte van.

De wetenschappers vergeleken steden waar al een rookverbod in de horeca gold met steden waar nog gewoon overal gerookt mocht worden. In sommige steden mocht alleen gerookt worden in speciaal daarvoor bestemde rookruimtes.  Vier jaar lang werden er bij ruim 2500 jongeren regelmatig enquêtes afgenomen.

In de steden waar roken in de horeca níet mocht, rookten er veel minder jongeren dan in de steden waar er wel gerookt mocht worden. Als er speciale rookruimtes waren, dan werd er niet minder gerookt.

Jongeren gaan dus minder roken: ze experimenteren wel, maar worden minder snel een gewoonteroker. De onderzoekers denken dat dat komt doordat de jongeren zich minder bewust zijn van het aantal rokers in de samenleving, als ze die niet terugzien in de horeca. Roken lijkt daardoor minder ‘sociaal geaccepteerd’. Mensen worden eerder als abnormaal gezien als ze roken. Daardoor wordt voelen jongeren voelen zich daardoor meer bezwaard om hun rookgedrag voort te zetten.

Het rookverbod is echter niet de enige factor. Rookgedrag van ouders en vrienden speelt ook een grote rol. Hoe meer mensen in je omgeving er roken, hoe sneller je dat zelf normaal vindt en dus ook gaat roken. Daarnaast roken hoogopgeleiden minder en neemt het aantal rokers toe naarmate jongeren ouderen worden.
 
27-06-2008



Zoeken: