Nicotine-pastille en/of nicotinezuigpastilles

De nicotine uit de zuigpastilles wordt op vrijwel dezelfde manier afgegeven als bij nicotinekauwgom, met dat verschil dat de pastilles geen kern hebben waarin de nicotine zit. Vandaar dat een pastille van 2 mg ongeveer 2 mg nicotine afgeeft en een pastille van 4 mg ongeveer 4 mg.

De doeltreffendheid van nicotinezuigpastilles in vergelijking met een placebo (een nepmiddel) is duidelijk bewezen: het slaagpercentage ligt na zes maanden dubbel zo hoog. Na één jaar zijn 18 % van de rokers die behandeld zijn met nicotinezuigpastilles gestopt, tegen 10 % in de placebogroep.  De meeste studies werden uitgevoerd met mensen die meer dan 15 sigaretten per dag rookten. Nicotinezuigpastilles werken zonder ondersteunende counseling en hoeven niet te worden voorgeschreven door de arts.  Verder hebben zwaardere rokers een grotere dosis nodig. Ongunstige effecten van het gebruiken van nicotinezuigpastilles hangen samen met de toedieningsvorm. Irritatie in de mond. Er zijn geen bewijzen dat nicotinezuigpastilles het risico op hartaanvallen vergroten.

De bepaling van de juiste dosis is een belangrijke succesfactor. Het slaagpercentage stijgt als het nicotinegehalte in de nicotinezuigpastilles min of meer gelijk is aan de hoeveelheid nicotine die de roker uit zijn sigaretten haalde.

De duur van de behandeling verschilt van persoon tot persoon, en varieert van 6 weken tot 6 maanden. Langer dan acht weken pastilles gebruiken, lijkt de kansen op succes echter niet te verhogen.
De behandeling wordt meestal geleidelijk afgebouwd.
Combinatie met psychologische begeleiding verhoogt de slaagkansen.
De combinatie van verschillende nicotinevervangers wordt goed verdragen en verhoogt soms de doeltreffendheid, vooral bij de sterkst verslaafde patiënten, bij wie het moeilijker is om de optimale dosis te bereiken. Deze combinatie moet echter wel gebeuren onder medisch toezicht.




Zoeken: