Genen hebben ook invloed op longkanker

Tabak is verantwoordelijk voor ruim 90% van alle gevallen van longkanker. Onderzoeken tonen echter aan dat sommige mensen, zowel rokers als niet-rokers, meer risico lopen longkanker te krijgen door hun genetisch profiel.

Ongeveer 10% van de Europeanen draagt genetische variaties op chromosoom 15, die ervoor zorgen dat hun risico op longkanker bijna twee keer zo hoog is als mensen die de variaties niet hebben. Het is nog niet duidelijk of deze variatie de oorzaak is van longkanker, of dat deze ervoor zorgt dat mensen eerder aan nicotine verslaafd raken.

De onderzoeksresultaten van een Amerikaans onderzoek wezen uit dat een tekort aan het enzym alfa-1-antitrypsine de kans vergroot op longkanker en andere longziekten. Dit tekort kan ontstaan door een genvariant die bij ongeveer 1 op de 30 mensen voorkomt. Zowel rokers als niet-rokers hebben daardoor ongeveer dubbel zoveel kans op longkanker.

Hoewel genen dus een duidelijke invloed hebben op het ontstaan van longkanker, is roken nog steeds de factor die de meeste invloed heeft. Rokers krijgen, of ze nu wel of geen genvariatie hebben, ongeveer negen keer zo vaak longkanker als niet-rokers. Dat komt vooral door de schadelijke effecten van teer, dat vrijkomt bij de verbranding van tabak. Stoppen met roken verkleint daarom de kans op longkanker zeer sterk.




Zoeken: